Muziek
Eén
stukje muziek
zegt vaak meer dan duizend woorden
In de jaren
’70, tot begin jaren ’80, speelde ik boogie woogie en
jazz uitsluitend op gevoel en wist in veel gevallen niet wat ik nou exact deed.
Tijdens mijn jazzopleiding aan het Sweelinck Conservatorium is daar
drastisch verandering in gekomen. Wat heb ik daar veel geleerd !
Nog altijd is gevoel hoofdzaak en blijft prioriteit nummer één
( naar ik hoop bij jullie ook ),
maar ik ben wel blij intussen heel wat meer te weten over akkoorden,
de juiste akkoordverbindingen (‘harmonieleer’), timing en toucher.
Ook voor het schrijven van partijen en arrangementen heb ik aan
deze opleiding veel te danken.
|
Voor de
pianisten:
Verderop op deze pagina vind je een stukje recent door mij
geschreven
boogie woogie bladmuziek.
|
|
Deze week
( of
daarvoor ) |
kopie
tekstfragment
uit pagina Actueel
|
1 augustus 2010
|
|
Zie ook onder
" Optredens" op pagina " Actueel"
Zoonlief Dennis (22), die nooit naar school wilde, krijgt,
geïnspireerd door zijn nieuwe vriendin Charlotte die wel al
haar examens haalt, opeens de geest en haalt, hoewel vier jaar
later dan verwacht, opeens zijn HAVO diploma.Tot ieders
verrassing. Hij mag nu naar het conservatorium. De Jaap Dekker
Band speelde voor hem hier in mijn tuin in Amstelveen en ze
hebben de swing en boogie woogies tot in Uithoorn kunnen
horen.
Een geweldig gezellig tuinfeest werd het, met o.a.120
sateetjes, 50 hamburgers, drie pannen soep, 70 broodjes en
wijn, bier en overige.
Grote concerten zijn er even niet, het is komkommertijd. Voor
alle muzikanten. Hier en daar daar een klein schnabbeltje en
daar blijft het bij. Dus thuis componeren en arrangeren nu wat
mij betreft. Prachtig liedje opgenomen in mijn home-studio,
ingezongen door Ernst Daniël Smid. Ik begin pas weer echt op te treden derde week
van deze maand.
Zie voor info
over mijn muzikaal-cabareteske programma, getiteld I m
p r o v v i s a t a, pagina
" Formaties en
Boekingen".
|
Als je het leuk
vindt, hier een paar muzikale fragmenten.
De fragmenten zijn opgeslagen als 64 kilobits stereo MP3
en duren allemaal circa 1 minuut. Mocht het met de linker muisknop
niet lukken, dan kun je deze fragmenten het beste
aanklikken met de rechtermuisknop en dan kiezen voor "Doel
opslaan als..." Je kunt ze dan op een willekeurige plek op
de harde schijf opslaan en daarna beluisteren.
 |
“Lizzy’s
Tune“ (mijn allereerste opgenomen eigen compositie).
Jaap Dekker Boogie Set, 1971.
Ook op CD “ JD 25 Jaar Boogies en Romantiek”
EMI 8 5351723 |
| |
|
 |
“Look
a here“
Jaap Dekker Jazz & Boogie Set
Live in Sunday- jazzcafé Abina, Amstelveen, 1997. Tweesporen-DAT-opname. |
| |
|
 |
“Een
Stille Liefde”
Filmmuziek, één van mijn allereerste soundtrack-composities.
Dubbelrol: eerst piano, daarna accordeon gespeeld. Later het
grote orkest
erbij, dat ik zelf mocht dirigeren. Ook herverschenen op EMI 8
5351723 |
| |
|
 |
“Honky
Tonk Train Blues“
Met de Grand Piano Boogie Train
CD “ The Boogie Never Stops”, 2001.
label: Romeo Records F 8128 *) |
|
|
 |
“Blueberry
Hill“
Jaap Dekker Jazz & Boogie Set
Live in Sunday- jazzcafé Abina, Amstelveen, 1997. Tweesporen-DAT-opname. |
|
|
 |
“Root
Beer Rag“
Met de Grand Piano Boogie Train
CD "Groovin' The Boogie", 2003.
label: Romeo Records F 9701 *) |
*) Romeo Records is mijn eigen
platenlabel, zie eerder op deze pagina.
Muziek
Al
zolang ik me kan herinneren draait bij mij zo’n beetje alles
om muziek.
Mijn vader was trompettist in een Leger des Heils brassband. Een
orkest met een schitterende, volle sound. Ik kon daar uren ademloos naar luisteren.
Thuis stond een harmonium waarop ik vanaf mijn vijfde psalmverzen
leerde spelen.
Voor mijn zesde verjaardag kreeg ik van mijn grootvader mijn eerste
mondharmonica,
op mijn zevende van mijn vader een xylofoon, op mijn achtste van
een oom een nog grotere mondharmonica en ook in dat jaar van mijn
vader mijn eerste accordeon.
Bijna vijf jaar had ik accordeonles van Dick Kars in Apeldoorn en
studeerde dagelijks één, twee tot soms wel vijf uren.
Op
de middelbare school in Arnhem, op een stoffig instrument in de
recreatiezaal, leerde ik geleidelijk aan ook een beetje pianospelen.
Daarna kocht ik met geleend geld een electronisch orgeltje en belandde
daarmee in een aantal popgoepen. De eerste heette Les Copains, de
laatste Long Tall Ernie & the Shakers.
Tijdens
mijn militaire diensttijd ( ’68 – ‘69), ook in
Arnhem, zat ik elke dag te oefenen op de piano in de onderofficiersmess. Na mijn afzwaaien bleef ik in Arnhem wonen,
waar ik intussen M.O. Frans was gaan studeren.
Begin
1971 kocht ik voor f 75.- een vijftig jaar oude piano, huurde
een bakfiets
en duwde het gevaarte in een sneeuwstorm vijfhonderd meter tegen
de helling op,
de straat in waar ik op kamers woonde. Dat tochtje duurde de hele
middag.
Met hulp van wat buurjongens het ding naar binnengesjouwd en me
toen acht maanden lang opgesloten ter voorbereiding op het Loosdrechtse
Jazzconcours dat ik per se wilde winnen.
Dat lukte ten dele. Ik werd eerste in de oude stijl , vierde in
het totaalklassement.
Van
vreugde reed ik op mijn fiets de Loosdrechtse Plassen in. Die fiets
is nooit meer teruggevonden.
Geld voor een kaartje voor de slotavond, een concert van Stan Kenton,
had ik niet.
Op de terugweg begaf mijn stokoude auto, die nog op drie cylinders
reed, het definitief.
Onze bassist Henk Haverhoek heeft me naar huis gesleept en me een
tientje geleend om het weekend door te komen. Stan Kenton heb ik
bij de buren op TV gezien.
Om het geld voor de gehuurde geluidsapparatuur terug te verdienen,
ben ik ‘s maandags daarna gaan stenen bikken bij een slopersbedrijf.
Tijdens de werkzaamheden hoorde ik op de radio, in het programma
van Michiel de Ruyter, voor het eerst een live-opname van mezelf
op het Loosdrechtse Jazzconcours.
Pianostudie
Toen
ik mezelf voor het eerst op de radio hoorde schrok ik zo van mijn
- volgens mij -
belabberde niveau, dat ik me onmiddellijk aanmeldde bij een klassiek
pianoleraar,
Eugène Rosegaarde Bisschop.
Ruim vier jaar heb ik onder hem gezwoegd en gezweet op toonladders
en gebroken akkoorden
en kreeg maar hoogst zelden een mooi klankstuk te studeren. Streng
dat die man was !
Uiteindelijk botsten we zo hevig, dat de laatste vier weken pianoles
per briefwisseling ging.
Later zijn we weer vrienden geworden.
Na
jarenlang alleen maar spelen met m’n band, dus wel veel 'praktijk'
maar geen pianoles,
besloot ik toch maar de theoretische vooropleiding voor het conservatorium
te gaan doen.
Dat moet ergens eind jaren ’70 zijn geweest. Ik ging op les
bij mijn goede vriend, de
contrabas- en ook theoriedocent Henk Haverhoek. Hij heeft me in
één jaar klaargestoomd.
Alhoewel we in leeftijd maar één dag schelen, is hij
voor mij - tot de dag van vandaag –
mijn muzikale peetvader en vraagbaak. Die Haverhoek weet gewoon
alles.
In
plaats van nu eindelijk eens gelijk door te gaan naar het conservatorium
( iets dat ik op dat moment al zo’n slordige tien jaar van plan was) kreeg
ik eerst nog een prachtige job bij de stichting ‘Het Schoolconcert‘
aangeboden.
Acht jaar lang gaf ik vervolgens in mijn overdagse uren met veel
plezier schoolconcerten op middelbare scholen, soms wel twintig
per maand.
Hoe ik het voor elkaar kreeg weet ik niet meer, maar ik liep tegelijkertijd
ook nog colleges rechten in Nijmegen.Tijd voor pianostudie was er
domweg even niet.
In
1987 ( ik was toen 40 jaar, jawel ) dacht ik opeens: en nu doe ik
het.
Getroost door de gedachte dat Arthur Rubinstein ooit ook pas op
z’n 43e naar het conservatorium ging, meldde ik me aan voor
het toelatingsexamen. Best nog wel pittig, maar ik kwam erdoor.
Heb eerst een jaar ‘Hilversum’ gedaan, mijn hoofvakdocent
daar was Henk Elkerbout. Een kanjer.
Vanaf het tweede jaar het ‘Sweelinck’ in Amsterdam.
Wat heb ik daar genoten.
We hadden op die opleiding, behalve de jeugd, in totaal een stuk
of vijf oudere jongens van in de veertig. Het was er vreselijk gezellig.
Ik moest wel hard studeren, mijn boogie woogie techniek gaf geen
enkele voorsprong.
Mainstream jazz en theorie vond ik het boeiendst, maar klassiek
was ook verplicht.
Op een tweestemmige Praeludium van Bach heb ik ooit 150 uur zitten
zwoegen.
De beste leraar daar vond ik Dirk Keyzer. Hij gaf solfège,
gehoortraining dus.
Letterlijk alles wist die man van akkoorden en ritmes. Ik heb zeer
veel aan hem te danken.
Mijn pianodocent was Niko Langenhuysen. Afgestudeerd in zowel jazz
als klassiek.
Een fenomeen. Soms als ik pianospeelde, pakte hij moeiteloos een
contrabas om me te begeleiden.
Het laatste stage- en praktijkjaar heb ik niet meer gedaan. Ik was
door m’n drukke werk steeds meer in tijdnood geraakt. Het
was een moeilijke beslissing, maar eigenlijk was ik ook
"klaar".
Een onderwijsbevoegdheid, de akte Pedagogiek, had ik immers eerder al gehaald bij m’n
M.O. Frans.
En de rest van de ‘praktijk’ kon ook letterlijk verder
worden gedaan ‘in de praktijk’.
Na alle theorievakken op eindexamenniveau en drie piano-examens
te hebben gedaan
nam ik afscheid van een onvergetelijke periode.
Later kreeg ik, tot mijn grote genoegen, alsnog een eindcertificaat van
dit Amsterdamse conservatorium.
Volgens de internationale wetsgelijkstelling van 2003 mag ik mij nu
dus "Bachelor" en "Ing."noemen.
Wel leuk, echter...ik zet het toch maar niet op mijn visitekaartje
of briefpapier.
Maar
ik besef dat er nog oneindig veel te leren valt.
Tijdens jamsessions in de Amsterdamse jazzcafé’s zie
ik soms pianisten met een akkoordenkennis waarvan ik steil achterover
sla. Nee, het studeren houdt nooit op. Elke dag studeer ik wel wat,
beetje klassiek, leesoefeningen, beetje jazzharmonieën of boogie
woogie riffjes, maar ik zou best nog wel wat meer tijd voor studie
willen overhouden.
Recordings
Mijn
eerste platencontract heb ik volledig te danken aan de succesvolle deelname aan ‘Loosdrecht’
1971.
Tot 1979 bleef ik onder contract bij EMI, waarmee ik nog steeds
een goed contact heb.
Welgeteld één album maakte ik voor Polydor, “Happy
Hammers”.
Qua boogie woogie misschien toch wel mijn beste tot dan toe.
Met Rob Hoeke en Rob Agerbeek richtte ik in 1995 het platenlabel
Rodero Records op
en sinds 2000 heb ik mijn eigen label Romeo Records.
Met de Grand Piano Boogie Train maak ik gemiddeld elk jaar een CD.
Intussen verschijnt er af en toe bij EMI nog wel eens een re-release
op CD van een oude elpee.
Bladmuziek
Zojuist
vertelde ik al dat ik partijen, licks en riffs ( ‘loopjes’
) alsook arrangementen dankzij mijn studie
aan het Sweelinck Conservatorium zelf heb leren uitschrijven.
Ik doe dat gewoon met potlood en gummetje op muziekpapier, maar
voer de noten vaak later nog eens in in het computerprogramma ‘Finale’.
( Zowel boogie woogies als bijvoorbeeld ook
opdrachtmuziek en romantische eigen composities.)
Heb intussen een hele serie ‘ boogie woogie licks’
op voorraad. Ik wil ze in boekwerk laten uitgeven.
Hier alvast op deze website zo'n boogie woogie partijtje. Print hem maar uit.
En...veel succes ermee!
|
Bladmuziek
© Jaap Dekker
|
Lesgeven
Goed
spelen of goed lesgeven zijn heel verschillende dingen.
Als ik zie hoe bijvoorbeeld pianodocent Johan Lemmen mijn zoon Dennis
les geeft, met welk een inzicht, helderheid en geduld, dan besef
ik elke keer weer opnieuw wat een apart vak dit is.
Zelf geef ik weinig les. Af en toe alleen aan een jazz- of boogie woogie
getalenteerde, halfgevorderde of gevorderde pianoleerling, dus mensen
die al elders zeg maar ‘gewoon’ les hebben, of hebben
gehad.
In die gevallen kunnen mijn lessen in boogie woogie en jazzprincipes
een welkome aanvulling zijn.
Maar meer tijd dan voor maximaal één of twee leerlingen
per week heb ik niet.
Ik heb dus geen echte praktijk als leraar.
Wel,
deze pagina Muziek is een beetje langer geworden dan ik van plan
was.
Al schrijvende werd het alsmaar meer.
Mocht je ergens op willen reageren, je bent welkom, dan kan dat
via het Gastenboek.
Groetjes,

|